Voorwoord...............................................................................................................................................1
Inleiding.....................................................................................................................................................3
Het slopen van de Donorauto.....................................................................................................................4
(Als u de aandrijfassen wilt demonteren, doe dit dan als de auto nog remt. ).................................................4
(Codeer de elektrische bedrading zodat u niet in de problemen komt bij de montage.).................................4
Motorblok en chassis.................................................................................................................................6
(Stop in vrijgekomen openingen schone doekjes, om te voorkomen dat er vuil in het motorblok komt.)........6
(Spoel de oliekoeler goed uit).....................................................................................................................6
Controle....................................................................................................................................................9
Montage van de Lomax.............................................................................................................................9
Afbouw...................................................................................................................................................15
Nawoord................................................................................................................................................18

 

Voorwoord


Sinds 1991 is Auto Bouw Service actief bezig met het bouwen van Lomax. Door hun enthousiasme in het experimenteren met Lomax, is ABS een begrip geworden in de Lomax-wereld. Vooral als het gaat om het fabriceren van bijzondere accessoires, zoals uitlaten en beugels, is ABS koploper in Europa.
De Lomax bestaat uit een polyester carrosserie, die gemonteerd wordt op het chassis van een Citroën 2CV, Dyane, of Ami .

Met behulp van deze handleiding kunt u zonder problemen uw bouwpakket omzetten in een rijdende Lomax.

De nadruk van deze handleiding ligt in het bouwen van een standaard Lomax. U zult daarom weinig tegenkomen over de afbouw van uw Lomax. Iedereen bouwt immers de Lomax naar zijn of haar persoonlijke smaak. Wij, van de Firma ABS, kunnen u natuurlijk voorzien van handige tips om uw Lomax zo mooi mogelijk af te bouwen. Het is immers onze hobby om van elke Lomax iets bijzonders te maken, zelfs als het budget wat kleiner is. Een mooie Lomax hoeft echt geen vermogen te kosten, want een Lomax blijft het goedkoopste alternatief voor exclusief open rijden.

Voordat u aan de bouw begint adviseren wij u deze handleiding in zijn geheel goed door te lezen. Voor het technische gedeelte van de donorauto adviseren wij u om een vraagbaak van Olyslager aan te schaffen. Let hierbij op het bouwjaar van de donorauto.

Aarzel niet om ons te bellen als u vragen heeft, wij helpen u graag.

Tenslotte...
In de Engelstalige documentatie wordt gesproken over een bouwtijd van 40 à 50 uur. Men bedoelt hiermee de montagetijd van de Lomax. voor het slopen van de donorauto en het perfect opknappen van het chassis moet men ongeveer op 125 uur rekenen. De totale bouwtijd zal dus ongeveer op 175 uur uitkomen.

Succes met de bouw van uw Lomax,

Peter en Henri

 

Inleiding

 


De Lomax driewieler is gebaseerd op de Morgan Tricycle uit de jaren twintig. Deze Tricycles waren door hun zeer goede wegligging, de schrik in hun klasse als ze aan een race meededen. Het idee om een goedkope, betrouwbare en sportieve driewieler te bouwen werd 60 jaar na de Morgan door Nigel Whall en David Low overgenomen.

De Driewieler moest een goed chassis, voorwielaandrijving en een betrouwbare, maar vooral ook een mooie motor hebben.
Bij toeval heeft men ontdekt dat de Citroën 2CV een motor met koelribben heeft. Een bezoekje aan de bibliotheek om meer informatie over de 2CV, leerde dat deze automobiel ook een compleet chassis bezat. Daarna was het een kwestie van kopen, slopen en veel boetseren tot de huidige vorm van de Lomax uit polyester ontstond.

Het markante vooraanzicht met de uitstekende, rijwind gekoelde cilinders, de meezwenkende voorwielen, spatborden, en de boattail, waren snel klaar. Het probleem was echter de speciale achteras. In Nederland werd in eerste instantie gebruik gemaakt van een achteras met één wiel. Doch later werd dit gewijzigd in de achteras met 2 dicht bij elkaar geplaatste wielen, dat als voordeel had dat de veerconstructie geheel intakt bleef. Nederland maakte tien jaar na het ontstaan van deze tricycle pas kennis met de Lomax 223. De al eerder geïmporteerde vierwieler "Lomax 224", is alleen aan de achterzijde iets anders. De beide achterwiel armen blijven op hun plaats en er worden achterspatborden gemonteerd. Ook is er nog een keuze voor de Lomax Variant of Lambda
Verder is er de Lomax 424 op basis van de vier cilinder Citroën Ami 8 Super. Deze, alleen als vierwieler verkrijgbare auto, is de snelste sprinter van de Lomax-range. De Lomax 424 is aan de voorzijde is anders. De cilinders zijn verscholen onder de neus.
Welk model u ook kiest, van één ding kunt u zeker zijn: In alle modellen beleeft u veel rijplezier!!

 

Het slopen van de Donorauto

 

Voordat u aan de opbouw van de Lomax kunt gaan denken, zult u eerst tot sloop moeten overgaan van de donorauto.

Als u de aandrijfassen wilt demonteren, doe dit dan als de auto nog remt.

Verwijder deuren, dak, spatborden, motorkap, achterklep, accu, nummerplaten, zittingen en het typeplaatje.
Demonteer bobine, gaskabel, chokekabel, koppelingskabel, dashboard, kilometertellerkabel, versnellingspook, handremkabels, verwarmingskabel, stuur, stuurstang, pedalenset met hoofdremcilinder, uitlaat, benzinevulpijp en elektrische bedrading.

Codeer de elektrische bedrading zodat u niet in de problemen komt bij de montage.
U kunt natuurlijk ook gebruik maken van de speciaal voor de Lomax ontworpen kabelboom van ABS. Deze kabelboom is uit verschillende kleuren opgebouwd en gemerkt. Met de bij geleverde handleiding is deze eenvoudig te monteren. De originele Citroën kabelboom komt hierbij te vervallen.

We zijn nu zover dat de carrosserie verwijderd kan worden van het chassis. Verwijder hiervoor de vloerbouten waarmee de koets aan het chassis is bevestigd. Let erop dat de elektriciteitskabel naar de benzinemeter verwijderd is.

Als laatste verwijdert u van de carrosserie de hoofdremcilindersteun, de handrempook-geleiding en het beugeltje waar de choke in gemonteerd zit. De hoofdremcindersteun is tegen de carrosserie gebout en gekit en de handrempook geleiding en chokebeugeltje zijn aan de carrosserie gepuntlast. Als de puntlassen worden weggeboord kunt u deze onderdelen verwijderen.

De volgende onderdelen moet u bij het afhalen van uw pakket meenemen omdat het ruilonderdelen zijn:
o Stuurstang met geleiderbus
o Poelie (met of zonder koelfan)
Als u een driewieler gaat bouwen dient u ook in te ruilen:
o Beide achterste draagarmen (zonder lagers, lagerschalen, remtrommels en binnenwerk)
o Afdekplaten van de voorwielarmen
o Benzinevlotter

De ruilonderdelen gaarne schoon aanleveren!

Motorblok en chassis

Voor het reviseren en onderhouden van het onderstel verwijzen wij naar de vraagbaak. We raden u aan ten behoeve van uw eigen veiligheid, om alle remleidingen en de benzineleiding te vernieuwen.

Wanneer men gebruik maakt van een continentalkap, hoeft u geen onderdelen van het motorblok te verwijderen. De continentalkap valt namelijk in zijn geheel over het motorblok heen. Voor de bouw met een normale motorkap moet men echter van het motorblok wel een aantal onderdelen verwijderen en aanpassen:

o Demonteer uw dynamo, de poelie met koelvin, de olievulpijp, het uitlaatsysteem en het spruitstuk met carburateur.

Stop in vrijgekomen openingen schone doekjes, om te voorkomen dat er vuil in het motorblok komt.

Verwijder vervolgens de beplating ten behoeve van de geforceerde koeling van de motor en de oliekoeler. Voor het verwijderen van de oliekoeler is het verstandig om eerst de pijpjes door te zagen op een afstand van 5 centimeter vanaf de oliekoeler. Dit in verband met eventuele beschadigingen van de oliekoeler.
Daarna zaagt u, net voor de eerste bocht vanaf het motorblok, de pijpjes door. Verwijder de wartels uit het motorblok, deze moet u schoonmaken en afbramen.
Zorg ervoor dat er geen zaagsel in het motorblok terecht komt.

Spoel de oliekoeler goed uit

Bij de Variant 3 moet ook de benzinetank verwijderd worden.

Van het spruitstuk moet de verwarming voor de carburateur
weggezaagd worden. De uitlaat spruitstukken weer dicht (laten) lassen. Zie figuur 1.
(Alleen van toepassing indien men deze weer gaat gebruiken in het uitlaatsysteem)

Verwijder de beplating van de warmtewisselaar (het gedeelte tussen het uitlaatspruitstuk en de eerste demper) .

 

figuur 1.

 

 

Bij de Variant3 en de Variant4 moet men aan beide zijden aan de voorkant een gedeelte van het chassis verwijderen, dit in verband met de motorkap van de Lomax. Deze rondingen kunnen er het best aan de hand van de zijpanelen worden gemaakt. Zie figuur 2.

Figuur 2.



Bij de Variant3 moet de achtervork afgezaagd worden, net achter de versteviging van de achterwiel ophanging. Zie figuur 3
De achtervork van de Variant4 kan worden afgezaagd achter het bevestigingspunt van de benzinetank. Zie figuur 4.
Overweegt u om een achterbumper te monteren, dan komt bij de Variant4 de achtervork net achter de body te liggen. Met het afzagen van de achtervork kan men in dat geval wachten tot de body geplaatst moet worden.

 

Figuur 3.

 

Figuur 4.

 

Controle

 

Voordat u verder gaat met de bouw van de Lomax wordt aangeraden om de volgende onderdelen te controleren op eventuele slijtage of speling.

o Koppeling Drukgroep Drukgroeplager
o Koppelingskabel
o Oliekeerringen Pakkingen (controleren op lekkage)
o Motorbloksteunen Versnellingsbaksteun
o Aandrijfashoesjes Stuurkogelhoesjes Stuurkogels
o Fuseepennen
o Banden Schokbrekers
o Bougies Bougiekabels
o Motorolie + Oliefilter
o Vesnellingsbakolie
o Contactpunten (als deze vervangen moeten worden, vervang dan gelijktijdig de condensator)
o Luchtfilter (origineel huis gebruiken voor de RDW-keuring)
o Uitlaat (origineel uitlaatsysteem gebruiken voor de RDW-keuring. Het is echter ook mogelijk om door ABS een uitlaat van R.V.S. te laten monteren, ook vóór de keuring)
o Remleidingen en remcilinders
o Rem + Handremblokken Remschoenen
o Remklauwen Remschijven Remtrommels
o Wiellagers
o Benzineslangen en leidingen
o Klepspeling Klepdekselpakking

Indien er onderdelen aan vervanging toe zijn, kan Auto Bouw Service deze onderdelen tegen scherpe prijzen leveren.


 

Montage van de Lomax

 


We zijn nu zover gekomen dat we gaan beginnen met de montage van de Lomax.
Voor de Variant3 hebben we een chassis waarop de voorwiel-ophanging gemonteerd is, inclusief de krachtbron. Voor de Variant4 hebben we een compleet onderstel inclusief de krachtbron.
Het onderstel wordt nu op kisten of blokken geplaatst zodat de wielen vrij komen van de grond.

Heeft u voor een Variant3 gekozen, dan moet de achterarmconstructie op de achteras worden geplaatst. De twee achterremleidingen worden op het originele T-stuk aangesloten. Voor de stabilisatorstang aan de voorzijde, moet u de beschermplaten verwijderen. Monteer de nieuwe of aangepaste beschermplaten en de stabilisatorstang op hun plaats. Draai de versnellingsbaksteun om en gebruik twee opvulbussen van 8 mm. De bouten vervangen door twee exemplaren van M7 * 45 mm.

Hierna worden voor de Variant3 en de Variant4 de bobine- en oliekoelerbeugel, inclusief de bobine en oliekoeler gemonteerd. Maak voor het aansluiten van de oliekoeler gebruik van de speciaal voor de Lomax ontwikkelde oliekoelerslangen, welke door ABS geleverd kunnen worden) Zie figuur 5.

Figuur 5.

 

Boor voordat u de body op het chassis monteer een gat van 12mm in het koppeling eindstuk. Dit is mee gelamineerd in de carrosserie.

 

Plaats voordat u de body definitief gaat monteren bij de 4 wieler modellen ook eerst de benzinetank. Zorg bij de benzinetank dat u alvast de massa en een + draad op de vlotter aansluit. Maak ook een deugdelijke verbinding tussen de aanzuigbuis van de vlotter en de benzineleiding.
Als de body eenmaal geplaatst is, wordt het lastiger om deze aansluitingen alsnog te maken.

 

Plaats (met twee personen) de body op het onderstel. Zorg ervoor dat bij de Variant3 de body niet op de achterwielen rust. Monteer desnoods alleen velgen. Bij de Variant4 moet men ervoor zorgen dat de body niet op de achterarmen steunt. (Zaag eventueel de achtervork op de gewenste lengte).

Controleer nu of de body recht op het chassis is geplaatst, dit kunt u doen door aan de voorzijde vanaf de onderste rand van de body naar het chassis te meten en aan de achterzijde vanaf de body naar de achterwielen te meten. Nadat u de body heeft uitgericht trekt u 2 lijnen langs het chassis. Hierna kunt u het best aan weerskanten aan de voor en achterzijde een parker in de bodemplaat van de body schroeft. Dit geeft de mogelijkheid om de body naar voor en achter te schuiven zonder dat deze zijdelings kan verplaatsen. De afstand vanaf de afdichtingplaat van de voorwielophanging en de zijkant van de body dienen gelijk te zijn. Zorg ervoor dat de voorwielarmen vrij kunnen scharnieren. Indien dit niet het geval is, dan kunt u het overtollige polyester verwijderen.

Verwijder nooit te veel polyester in een keer

Bepaal het gat voor de stuurkolom en verwijder dit gat. De body moet zover mogelijk naar voren geplaatst worden. Denk er wel om bij het plaatsen van de body, dat de achterwielen van de Variant3 vrijlopen.
Zie figuur 6.
Bepaal voor de Variant3 het achterwielgat en verwijder deze uit de bodem. Teken de bevestigingsgaten af op de bodem van de body en boor deze gaten. Als het chassisnummer zich op de bodemplaat bevindt, moet u hiervoor ook een gat maken.


Figuur 6.


Plaats de tank van de Variant3 en sluit de bedrading en de benzineleiding aan. (Denk aan de massa en de ontluchting van de benzinetank.) Bepaal bij de Variant3, de Variant4 het gat waar de benzinetank/leiding doorheen komt en verwijder dit gat. Maak bij de Variant4 geen gat aan de zijkant van de body, men moet d.m.v. een slang van benzinebestendig materiaal de vulopening aan de bovenkant plaatsen.
Monteer bij de Variant3 het binnenspatbord en kit de rand af.

Behandel de onderkant van de body tegen vocht. Monteer voor alle types de body op het chassis. De Variant3 kan nu op de grond geplaatst worden. Bij de Variant4 moet er in de body nog uitsparingen worden gemaakt voor de achterarmen. Zorg er voor dat bij maximale doorvering de body vrij blijft van de achterarmen.

Montage pedalenset en hoofdremcilinder
De hoofdremcilindersteun van de 2cv wordt tegen het schutbord gemonteerd. Het overtollige gedeelte van de bovenzijde van de steun kan worden afgezaagd. De afstand tussen het koppelingspedaal en de stuurkolom, dient gelijk te zijn aan de afstand tussen de stuurkolom en het rempedaal. U kunt dit met de pedalenset zonder hoofdremcilinder bepalen van de binnenzijde van de body. Zaag het gat niet te groot daar u de hoofdremcilindersteun nog vast moet kunnen bouten. Zie figuur 7.

Figuur 7.

Monteer de pedalenset in de hoofdremcilindersteun inclusief hoofdremcilinder. Houdt rekening met de gelijke afstand tussen het rempedaal en de koppelingspedaal. In het koppeling eindstuk kunt u de originele koppelingskabel monteren. Wij adviseren echter een nieuwe koppelingskabel te gebruiken.
Zie figuur 8.

Figuur 8.

Monteer nu de pedalenset en de hoofdremcilinder in de beugel.

Pasmaken van de motorkap
De onderzijde van de voorkant van de motorkap komt gelijk te zitten met de onderkant van het chassis. Let op de aansluiting met de zijpanelen! Controleer nu of de rondingen welke u volgens fig.2 heeft gemaakt ook kloppen. Controleer met de motorkap of deze over de opstaande randen heenvalt daar waar de zijpanelen tegen elkaar worden gemonteerd. Is dit niet het geval, dan moeten mogelijk de rondingen in het chassis worden aangepast.Trim zonodig de motorkap daar waar deze aansluit op de body en zijpanelen.

 

De dynamo en de uitlaatstukken worden pas later gemonteerd, eerst moet men de kap aanpassen bij de cilinders.
Houdt er rekening mee dat de cilinders van elkaar verschoven liggen. Verwijder met beleid het overbodige polyester en zorg ervoor dat de motorkap niets raakt. Ligt de motorkap bij de cilinders vrij, dan kan de rest van de motorkap pasgemaakt worden. Plaats nu de uitlaatspruitstukken, het tussenstuk, de eerste demper, het inlaatspruitstuk, de carburateur, het Lowline-filter, de dynamo, de poelie en de olievulpijp en maak de motorkap verder pas. Later met draaiende motor, goed controleren dat alles vrij van contact is. De motorkap is scharnierend te monteren.

 

Het kleinste contact met bewegende delen kan al leiden tot scheurvorming van het polyester.

De polyester zijpanelen gezamenlijk met de motorkap pasmaken en monteren. Let erop dat de cilinders niet symmetrisch staan, eventueel polyester verwijderen. Als dit is gebeurd, kan de koplampenbeugel gemonteerd worden.

Monteer de spatbordbeugels en de spatborden. Indien de voorspatborden tegen de koets komen, als maximaal links of rechts wordt gestuurd, dan dient de stuuruitslag verminderd te worden. (Zie vraagbaak). Het achterste punt van het spatbord dient onder een hoek van 45 graden t.o.v. het wegdek te worden geplaatst.

Binnenbeugel en de stuurkolom:
Boor met een 7 gatenzaag een gat van 44mm op een afstand van 22 cm vanaf de bovenkant tot hart gat en op 28 centimeter vanaf de zijkant tot hart gat. Plaats de binnenbeugel in de carrosserie en zorg ervoor dat deze stevig bevestigd is. Het voorste gedeelte van de binnenbeugel bevestigd u met M8 bouten aan het schutbord van de carrosserie. Maak gebruik van carrosserieringen. Het achterste gedeelte lijmt u met een goede contaktkit tegen de binnenzijde van het dasboard. De bevestigingslip van de stuurkolom moet nu aan de onderzijde van het geboorde gat komen. Hier kunt u nu wanneer de binnenbeugelis aangebracht de stuurkolom doorsteken. Aan de binnenbeugel zijn direkt te bevestigingspunten van de handrem en de schakelpook bevestigd. Monteer de stuurkolom aan de binnenbeugel met een exact passende uitlaatklem van 38mm. Aan de beugel kunt u later ook uw kabelboom bevestigen middels tyraps.

 

Complete uitlaatklemmen gebruiken zodat de geleidebus rondom wordt ingeklemd.

Monteer de gaskabel, de versnellingspook, de handrem, en de chokekabel. Voor de bevestiging van de chokekabel maken we gebruik van de originele bevestigingsbeugel welke u dan uit de eend carrosserie dient te verwijderen, of van een langere chokekabel welke op het dashboard geplaatst kan worden. De versnellingspook en de handrem moeten worden verlengd. In plaats van de originele versnellingspook kan er ook gebruikt gemaakt worden van een door ABS ontworpen vloerschakelpook.

Installatie van de elektriciteit: Breng de originele kabelboom en alle elektrische onderdelen aan en verleng indien nodig. Of maak gebruik van de Lomax kabelboom. Hierbij is een handleiding bijgevoegd.

Zorg ervoor dat alle items massa maken indien nodig.

Plaats de accubak met de accu boven op het schutbord. Zorg ervoor dat de accu niet te hoog is, anders raakt deze de motorkap. Sluit de accu pas aan als de gehele kabelboom is gemonteerd.

Als laatste moet u twee,van goedkeuringsmerk voorziene, rode reflectors aan de achterzijde van de Lomax monteren.

 

Afbouw

 

Tot de afbouw behoren: - het aanbrengen van de verlichting
- de uitlaat
- de stoelen
- het stuurwiel
- eventueel extra accessoires
- aankleding van de wagen

De verlichting is aan wettelijke eisen verbonden.
Voor alle verlichting geldt dat deze het overige verkeer niet mag verblinden. Remlicht en richting aanwijzer moeten minimaal 18 Watt zijn, het achterlicht minimaal 5 Watt.

Het interieur kunt u naar eigen smaak inrichten. Bedenk wel dat de auto naar de keuring moet en voordien moet worden gewogen . Het is verstandiger dat u de auto na de keuring afwerkt.

Het dashboard kan op diverse manieren worden ingericht. Verplicht is een snelheidsmeter met verlichting. Een instrumentenpaneel met meerdere meters is natuurlijk mooier en komt de auto ten goede. Een oliedruklampje lijkt ons, naast een benzinemeter, absoluut de minimum uitrusting. Een remvloeistofniveau lampje is verplicht indien de donorauto hiervan voorzien was.

De plaatsing van de instrumenten is vrij. Maak eerst een schets op papier, dan een mal op ware grootte, om op de juiste plaats gaten te maken. Sommigen maken een eigen dashboard van notenhout of aluminium, dat ze na plaatsing van de klokken op de carrosserie plaatsen.

Schakelaars voor verlichting en knipperlicht onder handbereik op het dashboard of op de stuurstang aanbrengen.
Zorg voor een probleemloze bediening.

De snelheidsmeter en de benzinemeter kunnen centraal geplaatst worden. Omdat de Lomax tot grotere snelheden in staat is, is een snelheidsmeter die tot 160 à 180 Km/h aangeeft aan te bevelen.

Plaats een toerenteller recht voor u, zodat deze goed af te lezen is. Een Lomax haalt niet zelden 6500 à 7000 toeren/min. Ernaast komt eventueel de oliedruk- en temperatuurmeter. Deze meest belangrijke instrumenten kunt u het best bij elkaar plaatsen.

Vooral de oliemeters kunnen handig zijn om de motor temperatuur in de gaten te houden, omdat de Lomax rijwind gekoeld wordt. Filerijden met een Lomax kan wel, maar doet de temperatuur snel oplopen, door gebrek aan rijwind. Bij normaal gebruik volstaat de koeling door rijwind en de oliekoeler. Een buitentemperatuur van 35 graden heeft nauwelijks invloed op de motortemperatuur.

Autostoelen moeten aan drie voorwaarden voldoen. Ten eerste moet u ze geschikt vinden. Ten tweede moeten ze onder de eventueel te plaatsen tonneaucover passen. De stoelen van Cobra worden daarom door ons aanbevolen en eventueel geleverd. Ten derde dient u ze stevig vast te kunnen zetten. Als u Cobra stoelen monteert, kunt u hiervoor gebruik maken van Cobra stoelsledes. Denk wel aan het gebruik maken van grote carrosserieringen tussen bout / moer en polyester. Ook kunt u gebruik maken van een bankje.

Veiligheidsgordels zijn niet verplicht. Deze dus niet monteren voor de RDWkeuring. Wilt u toch veiligheidsgordels monteren, dan adviseren wij vierpuntsgordels te plaatsen, omdat driepuntsgordels bij een eventuele aanrijding gevaar op leveren voor uw hals. Tevens is een vierpuntsgordel eenvoudig op het chassis vast te maken. Zorg voor deugdelijke bevestiging.

Gordels zijn niet typegoedgekeurd in onze Lomax-auto's.

De auto mag geen scherpe uitstekende delen hebben. Een bumper is niet verplicht, maar moet indien aanwezig stevig bevestigd zijn. De nummerplaten dienen leesbaar te zijn op 20 meter afstand van de auto.

 

 

Tijdens de RDWkeuring dient de originele uitlaat, of een door ABS gefabriceerde uitlaat gemonteerd te zijn. Het blijkt dat sommige keuringsstations willen dat bij de Lomax de uitlaat bij het instapgedeelte wordt beschermd. De uitlaat moet gasdicht zijn. Een sonoor dreunende uitlaat klinkt wel mooi, maar bedenk dat het uiterst vermoeiend is om die dreun continu om u heen te hebben bij wat langere ritten. Het verstandig om de uitlaatbocht aan te passen aan het polyester, zodoende is het niet nodig om polyester te verwijderen uit het zijpaneel. Verder blijkt bij recente keuringen (2003) dat de RDW bij aeroscreens ruitenwissers vereist. Dit is uiteraard niet mogelijk. Verstandig is dus om tijdens de keuring geen aeroscreens te monteren. Ook wil men tegenwoordig dat er een binnenspiegel aanwezig is.

Het reservewiel kan aan de zijkant van de wagen worden bevestigd met een speciale reservewielhouder. Het komt ook voor dat het reservewiel bovenop de achterkant van de body wordt gemonteerd. Een reservewiel is echter niet verplicht.

Accessoires kunt u in de meeste auto- of motorshops kopen. Auto Bouw Service levert voor de Lomax geschikte onderdelen, zoals chromen lampen, stoelen, sturen, onderstellen, motorblokken, opvoersets, uitlaten van roestvrijstaal, dashboards in elke gewenste kleur en uitvoering etc.

De spiegels moeten niet te ver naar voren worden geplaatst, in verband met het zichtsbeeld. Plaats u een tonneaucover, houdt dan rekening met de plaatsing van de ruitjes en de spiegels.

Verlaag de Lomax door de trekstang van de vering uit het verbindingsstuk te draaien. Bij het verlagen van de Lomax moet minimaal de lengte van de schroefdraad van de moer worden gebruikt.

 

Nawoord

 

Het is nooit de bedoeling geweest elke handeling tot in detail te beschrijven, omdat iedereen zijn eigen mening heeft over de volgorde waarin diverse werkzaamheden worden verricht.

Check, indien u klaar bent, alles nog eens grondig. Controleer de bedrading, de verlichting, de werking van de diverse schakelaars, de stuurinrichting (raken de wielen bij maximale stuuruitslag de koets of de uitlaat niet), de remmen, de uitlaat etc.

De Lomax is nu rijklaar. Voor het keuren van uw auto dient u een afspraak te maken met de RDW. Nadat uw Lomax is goedgekeurd, krijgt u binnen een aantal weken het kenteken thuis gestuurd en kan het rijplezier beginnen. We stellen het zeer op prijs als u een keer met de Lomax bij ons langskomt.

Het telefoonnummer van de RDW is: 0900-0739

 

Indien er problemen ontstaan tijdens de RDW keuring of bij het afhandelen van de documenten (bijv. B.P.M.) direct contact opnemen met ABS.

Wij kunnen voor u de RDW keuring en de eventuele taxatie van de Lomax verzorgen. We raden iedereen aan de Lomax te laten taxeren, en aan de hand van de taxatiewaarde de Lomax te laten verzekeren. Voor de verzekering kunnen we u ook adviseren. Vraag ons hier naar.

Heeft u tips voor, ideeën of kritiek op de deze handleiding, aarzel dan niet en geef het aan ons door. Na overleg kunnen we tot wijziging van de tekst overgaan.

Uiteraard trachtten we zoveel mogelijk deze bouwhandleiding up to date te houden.